Handreiking
Handreiking Optoppen en natuurbehoud: een gids voor gemeenten en projectontwikkelaars
Flora en fauna onder de Omgevingswet: van quickscan tot soortenmanagementplan, en hoeveel tijd dat kost.
- Regels en vergunning
- Optoppen
- Gemeenten en corporaties
- Bouwpartners en adviseurs

Op deze pagina
Bij het plannen van een optopping of verduurzaming is het van groot belang rekening te houden met de aanwezige flora en fauna. Dat is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een verantwoordelijkheid: beschermde soorten niet verder in gevaar brengen.
De biodiversiteit in Nederland neemt af; veel diersoorten zijn bedreigd of al verdwenen. De overheid beschermt soorten met wetten en regels, vastgelegd in de Wet natuurbescherming en sinds 2024 in de Omgevingswet. Bedreigde soorten staan op de Rode Lijsten, wat voorrang bij bescherming aangeeft.
Sinds 1900 is de biodiversiteit in Nederland aanzienlijk afgenomen: het aantal akkerplanten met 35 procent, het aantal graslandvlinders met 50 procent en het aantal boerenlandvogels met 60 procent (CBS, 2020). Dat onderstreept de urgentie van maatregelen tegen verdere achteruitgang.
Wie tijdig rekening houdt met flora en fauna beschermt de biodiversiteit én voorkomt vertraging in het bouwproject. Met inzicht vooraf en passende maatregelen kan er gebouwd worden zonder de natuur verder te schaden.
Deze handreiking geeft een overzicht van de juridische en praktische kanten van flora en fauna bij het optoppen van gebouwen, onder de Omgevingswet. Hij helpt organisaties en gemeenten de eisen voor het beschermen van soorten tijdens een ontwikkeling te doorlopen.
Juridische kaders voor soortenbescherming onder de Omgevingswet
De Omgevingswet, in werking sinds 1 januari 2024, bundelt eerdere regelgeving, waaronder de Wet natuurbescherming, in één stelsel. De specifieke bescherming van bepaalde planten- en diersoorten blijft daarin bestaan. Activiteiten die schadelijk kunnen zijn voor beschermde flora en fauna zijn vergunningplichtig.
De Omgevingswet en de onderliggende besluiten voeren de beschermingsregimes uit Europese richtlijnen en internationale verdragen uit. Het Besluit activiteiten leefomgeving bepaalt welke flora- en fauna-activiteiten vergunningplichtig zijn.
Initiatiefnemers van een project dat gevolgen kan hebben voor beschermde soorten zijn verplicht een omgevingsvergunning aan te vragen. De beoordelingsregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving; de vergunning wordt in de meeste gevallen verleend door de provincie.
Een wezenlijk onderdeel van de Omgevingswet is de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren. Die plicht vraagt zorgvuldigheid bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten, om nadelige effecten op natuurwaarden te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
Het juridische landschap rond soortenbescherming beweegt, door nieuwe wetgeving en jurisprudentie. Raadpleeg daarom altijd de actuele regelgeving en een ecoloog.
Juridische gevolgen van niet-naleving
Wie de eisen van de Omgevingswet voor soortenbescherming niet naleeft, riskeert aanzienlijke juridische en financiële gevolgen: bestuurlijke boetes en dwangsommen, strafrechtelijke vervolging en de verplichting tot herstel. Dat onderstreept het belang van zorgvuldige naleving, te beginnen met het tijdig aanvragen van de omgevingsvergunning.
Welke stappen doorloopt u?
De bedragen hieronder zijn indicaties op prijspeil juli 2024, uit onze eigen projecten en die van onze ecologische partners. Wat het in uw project kost, hangt af van het gebouw, de soorten en de plek.
Vooronderzoek (quickscan)
Elk project begint met een vooronderzoek, de quickscan: zijn er mogelijk beschermde planten of dieren op de locatie? Dat duurt één tot drie maanden en kost doorgaans tussen 1.000 en 2.500 euro.
Aanvullend onderzoek
Wijst de quickscan op mogelijk beschermde soorten, dan volgt aanvullend onderzoek van drie tot twaalf maanden. Dat onderzoek richt zich op specifieke soorten en moet samenvallen met hun voortplantings- of trekperiode.
Vleermuizen bijvoorbeeld houden een winterslaap en zijn alleen actief van mei tot en met september; aanvullend onderzoek kan dan alleen in die periode. Dat weegt zwaar als de quickscan tekenen van vleermuizen heeft gevonden.
De kosten van aanvullend onderzoek lopen van 2.500 tot 15.000 euro of meer, afhankelijk van de complexiteit en de aanwezige soorten.
Mitigerende maatregelen en de ontheffing
Daarna volgen de mitigerende maatregelen en, als dat nodig is, de vergunningaanvraag (voorheen de ontheffing). Dit duurt één tot zes maanden. Een mitigerende maatregel is bijvoorbeeld het plaatsen van tijdelijke vleermuiskasten als vervangende verblijfplaats tijdens de bouw.
De kosten van de maatregelen verschillen met de aard en omvang: van enkele duizenden euro's voor kleine aanpassingen tot ongeveer 7.500 euro, en meer bij grootschalige aanleg of herstel van leefgebied. Het opstellen en indienen van de aanvraag kost tussen 500 en 5.000 euro.
Uitvoering
In de uitvoering worden de maatregelen aangebracht en start de bouw. Duur en timing hangen af van de omvang van het project en de maatregelen; er kunnen beperkingen gelden om verstoring van beschermde soorten te beperken.
De uitvoering van de maatregelen en de monitoring kosten van enkele duizenden euro's tot ongeveer 7.500 euro, en in specifieke gevallen meer. Soms wordt een monitoringsplicht opgelegd; die kost 1.000 tot 10.000 euro per jaar, afhankelijk van duur en complexiteit.
Stel vroeg een gedetailleerd budget op, met ruimte voor onvoorziene kosten en de inzet van adviseurs. Samenwerking met ecologen en de gemeente houdt het project binnen de wettelijke kaders en op tempo.
Houdbaarheid van onderzoeksgegevens
Onder de Omgevingswet mogen rapporten en onderzoeksgegevens niet ouder zijn dan twee jaar, en voor Natura 2000 en soortenbescherming niet ouder dan drie jaar, om als basis voor een vergunningaanvraag te dienen. Zo blijft de besluitvorming op actuele informatie rusten.
Het proces versnellen
Van quickscan tot de start van het werk duurt het flora- en faunaproces negen maanden tot tweeënhalf jaar. Om dat te versnellen werken gemeenten en provincies aan een soortenmanagementplan (SMP), waarmee een gebiedsgerichte vergunning wordt aangevraagd.
Een SMP brengt de aanwezige beschermde soorten en hun bedreigingen in een gebied in kaart en beschrijft de maatregelen om die soorten te beschermen en te herstellen. Met een SMP kan de gemeente een gebiedsgerichte vergunning aanvragen die tien jaar geldt, zolang de ontwikkelingen binnen de voorwaarden van het plan blijven.
Ook met zo'n gebiedsvergunning kunnen compenserende maatregelen nodig blijven, bijvoorbeeld als beschermde soorten aanwezig zijn en een gewenningsperiode nodig hebben. Blijf de gevolgen voor beschermde soorten volgen en neem waar nodig maatregelen.
Stappenplan
In het rapport staat dit stappenplan als stroomschema. In woorden:
- Is er in uw gemeente een soortenmanagementplan (SMP) of een voorloper daarvan? Zo ja, dan kunt u gebruikmaken van de gebiedsgerichte vergunning en gaat u naar het ecologisch werkprotocol.
- Zo nee: laat een quickscan flora en fauna uitvoeren.
- Zijn er bijzonderheden aangetroffen? Zo nee, dan kunnen de werkzaamheden van start. Zo ja, dan volgt aanvullend onderzoek, in de voorgeschreven periode voor die soorten.
- Zijn er beschermde soorten? Zo ja: stel een activiteitenplan op en vraag de omgevingsvergunning aan (voorheen de ontheffing).
- Realiseer de compenserende maatregelen en maak het gebouw natuurvrij of ongeschikt, onder controle van een ecoloog.
- Stel een ecologisch werkprotocol (EWP) op en laat de bouw ecologisch begeleiden.
- De werkzaamheden van de optopping kunnen van start. Tref daarbij permanente, toekomstgeschikte voorzieningen voor de soorten die er waren.
Bronnen
- BIJ12 (2024). Juridisch kader behorende bij kennisdocumenten soortenbescherming, versie 2.0.
- Rijksoverheid. Bescherming bedreigde diersoorten, en Bescherming biodiversiteit Nederland (rijksoverheid.nl).
- CBS (2020). Afname flora en fauna in agrarisch gebied sinds 1900.
- Wereld Natuur Fonds (2020). Living Planet Report Nederland 2020: natuur en landbouw verbonden.
- Collignon, A. en Tingen, J. (2023). Een ecologische quickscan zorgt voor vertraging. Is een soortenmanagementplan en een gebiedsomgevingsvergunning de oplossing? Stibbe.
- Provincie Zuid-Holland. Omgevingsvisie, beleidskeuzes (omgevingsbeleid.zuid-holland.nl).
Optoppen en natuurbehoud
Gratis als PDF. Wij vragen alleen uw naam, e-mailadres en rol.
Colofon
- In opdracht van
- Provincie Zuid-Holland
- Auteurs
- Younes El Ayadi, Levi Koppenhol, Bram Hertzberger
- Samen met
- Unitura, Econsultancy
- Uitgave
- Creative City Solutions, rapport 2024-04
- Vormgeving
- Studio Weikamp Verstraten
- Datum
- juli 2024
Dit rapport bevat algemene informatie. Creative City Solutions BV heeft het met de grootst mogelijke zorg samengesteld, maar het is niet volledig en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Wat in uw situatie kan en moet, hangt af van het gebouw en de plek; laat u vooraf adviseren over de concrete mogelijkheden. Heeft u een aanvulling of verbetering, mail dan naar contact@creativecitysolutions.com.
Door Younes El Ayadi
Co-founder




